“Een soms beperkt budget proberen we optimaal te benutten”

Met Yanna bij Frida Kahlo Drents Museum viva la frida

Marita Smit wilde eigenlijk professioneel danser worden. Benieuwd hoe ze na haar studie Kunstgeschiedenis het communicatievak in is gerold? Collega Brigitte Korthals gaat in deze editie van Klant in de Spotlight, met haar in gesprek over werken voor het Haags Historisch Museum, liefde voor de culturele sector en nieuwe manieren om op te vallen bij het publiek.

Delen via

Twitter Facebook

Kun je iets meer vertellen over jezelf en hoe je carrière is verlopen?

“Ik wilde eigenlijk professioneel danser worden. Ik deed auditie op een show/musical academie, kwam door de voorselectie, maar miste door omstandigheden een aantal trainingen die daarop volgden. Mijn eindauditie was niet goed genoeg en ik nam me voor om een jaar later opnieuw auditie te doen. Intussen begon ik aan een studie kunstgeschiedenis in Leiden en dat beviel zo goed dat ik deze besloot af te maken. Daarna ben ik aan de slag gegaan bij een lokale krant als redacteur. Later volgden verschillende functies op het gebied van communicatie, organisatie en marketing. Ik leerde veel in de praktijk en volgde diverse trainingen en opleidingen. Ruim veertien jaar geleden ben ik als freelancer aan de slag gegaan.”

 

Ik zie veel culturele instellingen op je CV vermeld. Hoe is jouw liefde voor de culturele sector ontstaan? Waarom past dit je zo goed?

“Dat is ontstaan door mijn liefde voor dansen in combinatie met mijn studie kunstgeschiedenis. En het past ook goed bij me als persoon. Ik vind het heerlijk om een citytrip te plannen met culturele uitstapjes. Ook samen met mijn dochter bezoeken we regelmatig musea. Ze is inmiddels 14 jaar, maar ook toen zij nog jonger was, verdiepte ik me vaak in het aanbod voor kinderen. Ik vind het belangrijk om die liefde voor cultuur aan haar mee te geven.”

Je werkt als ZZP’er. Waarom heb je hiervoor gekozen?

“Vanwege de vrijheid die het met zich meebrengt. Maar ook de afwisseling. Ik werk momenteel niet alleen voor het Haags Historisch Museum en de Gevangenpoort, maar ook voor onder andere instellingen zoals Kunstmuseum Den Haag, Stedelijk Museum Schiedam, het Literatuurmuseum/Kinderboekenmuseum en het Zuid-Hollands Landschap. Ik krijg dus een kijkje in de keuken bij veel verschillende organisaties, dat houdt het werk aantrekkelijk. Mijn werk is heel afwisselend, van strategie tot executie. Soms brengt het enorm drukke periodes met zich mee. Daar zit ik nu ook weer middenin, maar dat is natuurlijk een luxeprobleem. Deze keer heb ik iets leuks in het vooruitzicht gepland om de periode halverwege oktober af te sluiten en dan probeer ik het daarna weer iets rustiger aan te doen.”

Als je morgen een heel ander beroep zou kunnen kiezen. Wat zou je dan gaan doen en waarom?

“Niet realistisch natuurlijk, alleen al omdat ik inmiddels veel te oud ben. Maar het allerliefst zou ik dan toch mijn oude droom verwezenlijken om danser te worden. Ik ben er absoluut niet rouwig om dat het gelopen is, hoe het gelopen is. Ik heb ontzettend leuk werk en hele fijne opdrachtgevers, maar het blijft toch dié ultieme droom!

Hoe ben je bij het Haags Historisch museum terechtgekomen en wat is je rol hier?

“Dat ging via-via. Het hoofd PR & Marketing van het Haags Historisch Museum had tijdelijk ondersteuning nodig voor de PR en marketing rond twee tentoonstellingen. Een andere opdrachtgever heeft me daar toen geïntroduceerd. Ik houd me bij Het Haags Historisch museum en de Gevangenpoort op dit moment voornamelijk bezig met het invullen van de socialmediastrategie.”

Wat zijn de grootste uitdagingen op het gebied van communicatie voor het museum en hoe ga je daar mee om?

“Het begint natuurlijk altijd bij het creëren van een aantrekkelijk aanbod. Vervolgens is het dan aan de MarCom-afdeling om dit op de juiste manier over het voetlicht te brengen. Hoe zorg je ervoor dat je alle doelgroepen weet te bereiken? Hoe vinden de bezoekers het museum tussen al het andere aanbod? Hoe blijf je zichtbaar? Hoe kun je een soms beperkt budget toch optimaal benutten? Wat ik heel sterk vind in het Haags Historisch Museum is dat de tentoonstellingen altijd worden gelinkt aan het heden, zowel inhoudelijk als qua vormgeving. Geen saaie geschiedenislessen in dit museum. Dat laten we ook zien, bijvoorbeeld met goede zaalfoto’s en mooie video’s.”

Hoe doen jullie dit? Kun je daar meer over vertellen?

“Onder andere met goed beeldmateriaal en een mix van aansprekende middelen. We zorgen altijd voor zichtbaarheid in de stad met posters, flyers en als het budget het toelaat ook een abricampagne. Natuurlijk zijn social media belangrijk, maar dit soort uitingen zijn ook nog altijd relevant. Zeker om de traditionele museumbezoeker te bereiken. Een hele fijne aanvulling is de samenwerking van veertien culturele instellingen onder de noemer Museumkwartier Den Haag. Gezamenlijk wordt soms samengewerkt met cultuur-influencers die meerdere culturele hotspots bezoeken. Dit werkt voor ons heel goed, met name om ook de jongere doelgroepen aan te spreken. En zo, toch ook, deze doelgroep voor het museum te interesseren”

Jullie hebben net een nieuwe tentoonstelling ‘Rampjaar’, waarin parallellen worden getrokken met het crisisjaar 2020, het jaar dat Corona de kop opstak. Hoe komen jullie op ideeën voor nieuwe tentoonstellingen?

“De nieuwe ideeën komen van de curatoren die deze vervolgens zelf of in samenwerking met een gastconservator verder uitwerken. Vanuit marketing en communicatie gaan we kijken hoe we de inhoud het beste kunnen overbrengen om een zo breed mogelijk publiek te bereiken. Soms op een verrassende manier. Voor de tentoonstelling ‘Rampjaar’ is Johan de Witt – één van de hoofdpersonen uit de tentoonstelling – tijdelijk tot leven gewekt via een eigen Twitter-account waarin de ontwikkelingen van het rampjaar 350 jaar na dato maandenlang te volgen waren door de ogen van de raadpensionaris. Ook reageerden fictieve tijdgenoten erop om te laten zien dat er ook in die tijd al sprake was van fake news, verdeeldheid en complottheorieën.”

Kun je iets vertellen over jullie strategie? En hoe jullie deze invullen?

“Laat ik het dan beperken tot social media. We willen vooral informeren, enthousiasmeren en activeren. We hopen dat mensen nieuwsgierig worden en de website en/of het museum bezoeken. Daarnaast willen we de naamsbekendheid en de betrokkenheid vergroten. Soms wordt ook actief aan inwoners gevraagd om mee te denken of bij te dragen. Daar lenen social media zich uitstekend voor. Volgend jaar komt er bijvoorbeeld een tentoonstelling over het koloniale verleden. Daarvoor zijn we nu al op zoek naar voorwerpen die mensen in hun bezit hebben en een link hebben met het koloniale verleden van de stad. Door voorbeelden te delen op social media hopen we nog meer mooie en bijzondere verhalen te verzamelen.”

Thomas NSC

Meer weten?

Wij zijn altijd benieuwd hoe we jou kunnen helpen. Wil je een vrijblijvend eerste kennismakingsgesprek? Neem dan contact met mij op.

Thomas Brouwers

Managing partner